Attentie
Tips van de Trainer Deel 2
- Gegevens
- Categorie: Tips van de trainers
TIPS van de trainers!!
Beste tennisliefhebbers, deze keer de tweede editie van deze waarin wij als trainers proberen in elke SMASH een paar tips aan de lezers te geven die jullie helpen je spel te verbeteren en daarmee indirect je plezier.
In de vorige smash gaf ik aan dat in deze editie de service en de bespanning aan bod zouden komen. En in het kader van het naderende jubileum, dacht ik dat het wel leuk zou zijn om Sjeng Schalken in mijn tips te betrekken. Het artikel is niet van mijzelf, maar zoals de bron onderaan aangeeft, van de KNLTB.
De service van Sjeng Schalken ontleedt
Een van de meest solide rallyspelers is natuurlijk Sjeng Schalken. Zelfs zijn service is zo stabiel als zijn forehand en backhand.
Hieronder volgt zijn geheim...
1. Het racketblad
Het racketblad staat "op zijn kant". Deze positie is essentieel om het racket optimaal te versnellen en is afhankelijk van de greep die de speler gebruikt. Een veel voorkomende fout op een lager niveau is dat het racket enigszins of geheel wordt geopend. De meest extreme vorm daarvan is de zogenaamde "dienbladpositie" van het racket. Vanuit de positie die Sjeng hier demonstreert kan het racket echter prima versnellen achter de rug van de speler.

2. De opgooi
De vingers van de hand zijn (ontspannen) gestrekt naar de bal die zojuist is losgelaten. Het opgooien is dan ook niet zozeer een worp, echter meer het begeleiden van de bal omhoog.
3. De linkerarm
De linkerarm "wijst de bal na" en helpt (door te vallen) de schouderaskanteling op gang te brengen. Als de linkerarm te vroeg of te laat valt, be?nvloedt dit de kanteling nadelig.
4. De ogen
De ogen zijn gericht op de bal. Veel spelers hebben de neiging te vroeg naar het servicevak te gaan kijken (of de bal wel "in" gaat). Daardoor beweegt meestal ook het hoofd naar voren en hebben spelers veelal de neiging om "in elkaar te zakken" (neerwaartse beweging van het lichaam). Dit is vaak een oorzaak van services die in het net gaan.
5. De schouder-as
De schouder-as, d.w.z. de denkbeeldige lijn die door de linker- en rechter schouder getrokken kan worden, is op dit moment sterk gekanteld. Dit is een belangrijke positie in combinatie met de positie van de elleboog en de positie van het racket. Op het raakpunt zal de schouder-as sterk gekanteld zijn in de andere richting (de rechterschouder zal dan duidelijk hoger zijn dan de linkerschouder). Dat de schouders ingedraaid staan t.o.v. het net (ten minste loodrecht op het net) is heel belangrijk en wordt over het algemeen al vroeg geleerd. De schouder-as-kanteling wordt echter weinig geaccentueerd of zelfs maar uitgelegd.
6. De elleboogpositie
De elleboogpositie is op deze foto perfect. De elleboog bevindt zich op de schouder-as. Ten onrechte wordt vaak verkondigd dat de beide ellebogen hoog moeten zijn in deze (voorbereidings)fase van de slag. Vanuit deze positie zal de elleboog, op basis van de heup- en schouderuitdraai worden versneld en zich daardoor zijwaarts, voorwaarts en opwaarts verplaatsen. Het opwaartse deel van deze versnelling is vanuit het schoudergewricht gezien zeer gering en komt voornamelijk voort uit de schouder-as- kanteling. De enorm versnelde beweging van het racket lijkt dan ook sterk op de werpbeweging van een pitcher bij honkbal.
7. De hoek tussen boven- en onderarm
De hoek van 90? tussen boven- en onderarm is een volgend cruciaal controlepunt bij de service. Veel goede services, maar dan vooral services met een hoge opgooi, kennen in deze houding een "rustmoment" (ook wel "stop"). Dat kan, op dit moment in de service, geen kwaad. Vanuit deze positie is het belangrijk dat de onderarm ontspannen kan vallen. Het racket moet ongehinderd kunnen gaan vallen en daardoor versnellen. Van de zijkant gezien (zoals op deze foto) klapt de onderarm naar de bovenarm dicht als een schaar. Toch komen onder- en bovenarm bij de goede service nooit zo dicht bij elkaar omdat de elleboog al eerder naar voren versnelt en daarmee de onderarm naar achter zwiept. Dit laatste principe is het geheim van de versnelling van het racket bij de service.
8. De handpositie
Veel topspelers hebben het racket aan het eind van het "handvat" vast. Ook Sjeng heeft de pink aan het eind van het racket. Sommige spelers hebben de pink voor de helft of zelfs verder van het racket af. Dit geeft meer racketlengte, maar vooral ook meer polsvrijheid om het racket extra te versnellen.
9. De grip
De hoek tussen onderarm en racketsteel wordt met name bepaald door de greep die de speler gewend is te gebruiken (d.w.z. de manier van vasthouden van het racket). In dit geval een continentalgreep waarbij de vingers vrij dicht bij elkaar zijn geplaatst. Sommige spelers laten het racket vanuit de pols enigszins vallen waardoor de hoek tussen onderarm en racketsteel te klein wordt en een deel van de valbeweging en daarmee de versnelling van het racket verloren gaat.
Bron: www.knltb.nl
Welke bespanning past bij mij?
Veel mensen vragen of hun bespanning nog wel goed is. Meestal wordt er dan gevraagd hoelang ze al met die bespanning spelen. Een bespanning zorgt voor comfort en voor een beter spelniveau, als u tenminste de juiste bespanning heeft.
Wanneer weet u nu of u uw racket moet laten bespannen. Als vuistregel stelt men; het aantal keer dat u per week tennist, zo vaak moet u per seizoen (winter of zomer) uw racket laten bespannen.
Dan kunt u kiezen uit een harde bespanning (voor meer controle) of een iets zachtere bespanning (meer power en comfort). Bent u een aanvallende speler dan zult u een hardere bespanning hebben dan iemand die verdedigend speelt vanaf de achterlijn.
Tevens kunt u kiezen uit een soepele of stugge bespanning. Heeft u armproblemen of wilt u comfort, dan kiest u voor een soepele bespanning. Bent u een 'hardhitter' dan kiest u voor de meer stuggere bespanning.
Vraag degene die uw racket bespant of uw trainer naar de beste bespanning voor uw speltype.
Volgende keer:
Materiaal: Soorten ballen.
Tennis: Waarom zijn hoge ballen moeilijk?
Jos Menten, namens funintennis.nl.



